TECHNISCHE REFERENTIE

ISRC, ISWC en UPC/EAN: het verschil tussen het identificeren van een opname, een werk en een uitgave

Herzien op 2026-09-07

Het korte antwoord

Een ISRC identificeert één opname: één take, één mix, één master. Een ISWC identificeert het werk — het lied zoals het geschreven is, met zijn componist en tekstschrijver. Een UPC of EAN identificeert de uitgave: het product dat je in de winkel of in de shop van een streamingdienst koopt. Eén nummer op een verzamel-cd heeft dus dezelfde ISRC als op het originele album, dezelfde ISWC als de akoestische versie die je vorig jaar uitbracht, en een andere UPC dan allebei. Wie deze drie lagen door elkaar haalt, breekt de koppeling waarop elke uitbetaling in de muziekindustrie berust: Sena betaalt op ISRC, Buma/Stemra betaalt op werk, en je distributieafrekening loopt op UPC. In Nederland is dat onderscheid extra scherp, omdat een groot deel van het repertoire — het levenslied, de smartlap, de carnavalskraker — bestaat uit Nederlandstalige bewerkingen van buitenlandse originelen, waar de werklaag twee soorten rechthebbenden tegelijk bevat.


Drie lagen, drie administraties

De Nederlandse muziekadministratie is letterlijk langs deze scheidslijn georganiseerd, en dat helpt om de identifiers te onthouden.

De opname is het domein van de naburige rechten. De Wet op de naburige rechten definieert de uitvoerende kunstenaar als "de toneelspeler, zanger, musicus, danser en iedere andere persoon die een werk van letterkunde, wetenschap of kunst of een uiting van folklore opvoert, zingt, voordraagt of op enige andere wijze uitvoert", en de producent van fonogrammen als "de natuurlijke of rechtspersoon die een fonogram voor de eerste maal vervaardigt of doet vervaardigen" (WNR art. 1). Sena incasseert voor deze groep. De identifier van die laag is de ISRC.

Het werk is het domein van het auteursrecht. Componist en tekstschrijver, vertegenwoordigd door Buma/Stemra: Buma voor het uitvoeringsrecht (openbaarmaking — radio, tv, streaming, live, horeca), Stemra voor het mechanisch reproductierecht (vastlegging op een drager of in een download). De identifier van die laag is de ISWC.

De uitgave is het domein van de handel. Een GS1-artikelnummer, hetzelfde soort code als op een pak hagelslag. De identifier is de UPC of EAN.

De ISRC is wat je hoort, de ISWC is wat er geschreven is, en de UPC is de doos waarin je het verkocht hebt.

Een driedelige verzamel-cd van vijftien carnavalsnummers heeft één UPC, vijftien ISRC's en — als er drie medleys op staan die elk uit vier bestaande liedjes bestaan — aanzienlijk meer dan vijftien ISWC's. Die asymmetrie is het hele punt.


De opnamelaag: ISRC tot op het teken

Twaalf alfanumerieke tekens in vier velden:

VeldLengteInhoud
Landcode2Letters. Het land van het bureau dat de prefix heeft toegewezen.
Registrantcode3Alfanumeriek. De partij die de code toekent.
Jaar van referentie2Cijfers. De laatste twee cijfers van het jaar waarin de ISRC is toegekend.
Aanduidingscode5Cijfers. Het volgnummer van de registrant binnen dat jaar.

Landcode plus registrantcode vormen samen de prefix. Voor Nederland is de landcode NL; IFPI's overzicht van geldige prefixtekens noemt bij NL "SENA Netherlands", en bij BE "SIMIM Belgium" (IFPI, Valid Characters in the ISRC Prefix). Vlaamse en Nederlandse releases in hetzelfde project kunnen dus legitiem verschillende landcodes dragen — dat is geen fout.

Koppeltekens zijn opmaak

De ISRC Handbook is expliciet: "The letters 'ISRC' (the space) and the hyphens do not form part of the ISRC" (§5). NL-A2C-25-00317 en NLA2C2500317 zijn hetzelfde. Lever twaalf tekens zonder streepjes aan; een geleverd streepje in een veld van twaalf tekens is een validatiefout die je zelf hebt veroorzaakt.

Er is géén controlecijfer

Dit is de belangrijkste eigenschap van de ISRC en tegelijk de minst bekende. Een UPC heeft een controlecijfer. Een ISWC heeft een controlecijfer. Een ISRC niet. Er zit niets in de code waarmee je kunt vaststellen of hij goed is overgetypt.

Omdat een ISRC geen controlecijfer heeft, levert één verwisseld teken een tweede, volstrekt geldig ogende ISRC op — die van iemand anders is.

Praktisch gevolg: ISRC's kopieer je, je typt ze niet over. Een UPC-typefout struikelt meestal over zijn eigen controlecijfer en wordt bij aanlevering geweigerd. Een ISRC-typefout gaat er geruisloos doorheen en komt maanden later terug als een afrekening waarop een nummer ontbreekt.

Het jaar van referentie is geen releasejaar

IFPI omschrijft het jaar van referentie als het jaar waarin de ISRC is toegekend, en stelt uitdrukkelijk dat "the year in which the ISRC is assigned may be a different year from the year of recording" (IFPI, ISRC Structure). De functie is administratief: het "refresh[es] the space of codes which may be assigned each calendar year, to ensure that codes assigned in prior years cannot be inadvertently re-assigned".

Voor het Nederlandse carnavalscircuit is dat relevant. Wie in september 2025 codes aanmaakt voor een nummer dat in november 2025 verschijnt en pas in februari 2026 in de Top 100 staat, heeft 25 in de code staan. Dat is correct. Repareer dat niet, en lees nooit een datum uit een ISRC.


Wanneer je een nieuwe ISRC nodig hebt — en wanneer beslist niet

Twee regels uit de Handbook, die samen alles bepalen: "A recording with an ISRC that has not undergone material change since an ISRC was assigned shall not be assigned another ISRC" (§4.3), en "An ISRC that has been assigned to a recording shall never be re-assigned to another different recording" (§A.3).

Eén opname, één code, voor altijd — en één code, één opname, voor altijd.

Wel een nieuwe ISRC: een remix ("A remixed version of a recording will differ from the original and hence it shall be assigned a new ISRC", §A.9.8); een edit, bijvoorbeeld een radioversie of een geschoonde versie ("A version that is edited, for example to mute or replace profanities, shall be assigned a new ISRC", §A.9.4); een liveversie ("The live recording is completely different from the studio version and a new ISRC is required", §A.9.1); een instrumentale of a-cappellaversie (§A.9.14).

Geen nieuwe ISRC: een heruitgave van dezelfde master, hoe anders de hoes, de distributeur, het gebied of de datum ook is. Ook niet bij eigendomsoverdracht van een ongewijzigde opname: "If the original Registrant sells or licenses the recording in unchanged form after it has been given an ISRC, no new ISRC shall be assigned and the ISRC for the recording shall remain the same" (§4.6).

Remasters: veel smaller dan iedereen zegt

Hier gaat de Nederlandse catalogusliteratuur — en de rest van de wereld — structureel de fout in. De Handbook stelt in §A.10.1 dat een nieuwe ISRC verplicht is als en alleen als de bewerking bij het remasteren "involve[s] the application of creative input to the recording itself". Uitdrukkelijk uitgezonderd zijn: een simpele niveauverandering, invariante EQ, invariante compressie, ontruisen, ontklikken, snelheids- en toonhoogtecorrectie, samplerateconversie en dithering. De Handbook vat dat samen als: "A new ISRC shall not be assigned in the context of essentially invariant or technological adjustment processes."

Schrijf dus nooit "een remaster krijgt altijd een nieuwe ISRC". Dat is onjuist. Wat wél veilig te stellen is: als de remaster naast het origineel als aparte track wordt verkocht, is het een apart product en heeft hij een eigen code nodig — niet vanwege de bewerking, maar omdat er twee verhandelbare opnamen naast elkaar staan.

Voor Nederlands archiefwerk is dat een nuttig onderscheid. Wie een bandopname uit 1968 van de ruis ontdoet en op niveau brengt om hem digitaal beschikbaar te maken, doet technisch onderhoud. Wie diezelfde band opnieuw mixt vanaf de multitrack, met andere balansen en een andere galm, maakt iets nieuws.

De dancescene: remix, edit, en het geval dat geen van beide is

De Nederlandse dance-economie draait op versies, en de drie gevallen die je moet uit elkaar houden liggen dicht bij elkaar.

Een officiële remix is een nieuwe opname van een bestaand werk. Nieuwe ISRC voor de opname; dezelfde ISWC voor het werk, tenzij de remixer zoveel nieuw compositorisch materiaal toevoegt dat er over een bewerkingsaandeel onderhandeld is (zie hieronder). De remixer is in de regel geen mede-auteur van het originele werk enkel omdat hij een nieuwe productie heeft gemaakt.

Een extended mix, radio edit, club edit of VIP mix is telkens een nieuwe opname. Vier versies van hetzelfde nummer op één EP zijn vier ISRC's. Dat is geen boekhoudkundige overdaad; het is precies wat Sena nodig heeft om play-data van de clubversie en de radioversie apart te kunnen tellen.

Een re-upload van dezelfde master onder een nieuwe titel — het bestand is bit voor bit hetzelfde, alleen de titel, de hoes of de artiestennaam is veranderd — is geen van beide. Hier hoort géén nieuwe ISRC bij, want er is geen materiële wijziging aan de opname. Toch is dit een van de vaakst gemaakte fouten bij labelwissels en bij het opnieuw op de markt brengen van oud materiaal. Het gevolg is dat de opgebouwde geschiedenis — playlisthistorie, Sena-registratie, matching bij buitenlandse zusterorganisaties — bij de oude code achterblijft, terwijl er een gloednieuwe opname zonder verleden in de systemen verschijnt.

Carnaval en de jaarlijkse heruitgave

Het Nederlandse carnavalsrepertoire kent een eigen economie: dezelfde opname verschijnt elk jaar op een nieuwe verzamelaar, soms bij een andere samensteller, soms in een andere provinciale variant. Elke nieuwe verzamelaar is een nieuw product en krijgt terecht een nieuwe UPC. Maar de opname erop is niet veranderd, dus de ISRC blijft dezelfde — jaar na jaar, samensteller na samensteller.

Wat in de praktijk misgaat, is dat de aanlevermodule van de distributeur bij elk nieuw project opnieuw codes genereert omdat het veld "ik heb al een ISRC" leeg is gelaten. Na vijf jaargangen bestaat er dan één opname met vijf ISRC's. Sena ziet vijf opnamen die elk een vijfde van het gebruik hebben; matching bij buitenlandse organisaties valt uiteen; en niemand merkt het, want alle vijf de codes zijn keurig geldig gevormd.

Een nieuwe verzamelaar is een nieuwe UPC en nooit een nieuwe ISRC — dat is de enige regel die het carnavalsseizoen van je administratie hoeft te overleven.

De werklaag: het levenslied als schoolvoorbeeld

Dit is het onderdeel waar de Nederlandse catalogus wezenlijk afwijkt van bijvoorbeeld de Amerikaanse, en waar het meeste geld verloren gaat.

Een groot deel van het levenslied- en smartlaprepertoire bestaat uit Nederlandstalige bewerkingen van buitenlandse originelen. De melodie komt uit Duitsland, Frankrijk, Italië of Griekenland; de Nederlandse tekst is geschreven door een met naam en toenaam bekende tekstschrijver; het resultaat wordt hier een standaard en gaat een halve eeuw mee. Dat betekent dat de werklaag van zo'n lied tegelijkertijd een buitenlandse componist bevat en een Nederlandse tekstschrijver.

Neem een fictief maar volstrekt typisch geval: een Duitse schlager uit 1971, componist en oorspronkelijke tekstdichter Duits, in 1974 voorzien van een volledig nieuwe Nederlandse tekst door een Nederlandse tekstschrijver, en sindsdien in tientallen versies opgenomen. Er is één werk met drie soorten rechthebbenden: de Duitse componist, de Duitse tekstdichter en de Nederlandse bewerker.

Twee manieren om dat kapot te maken, en beide komen dagelijks voor:

  1. Aanmelden als originele compositie. De Nederlandse tekstschrijver (of, vaker, de artiest die het nummer opnieuw opneemt) meldt het werk aan alsof het nieuw is. Daarmee wordt de buitenlandse componist uit de werkregistratie gewist. Buma/Stemra is hier onomwonden over: "Je bent verplicht om per werk alle rechthebbenden te vermelden. Ook als zij niet aangesloten zijn bij BumaStemra" (BumaStemra, Hoe meld ik mijn werken aan?).
  2. Aanmelden als gewone cover. De opname wordt aangemeld als uitvoering van het buitenlandse origineel, met alleen de buitenlandse auteurs op het werk. Daarmee wordt de Nederlandse tekstschrijver gewist — terwijl juist zijn tekst de reden is dat dit lied hier gedraaid wordt.

Beide fouten hebben dezelfde vorm: één van de twee auteurslagen verdwijnt. Het geld komt binnen, wordt uitgekeerd aan wie wél geregistreerd staat, en de andere partij ontdekt het pas als iemand toevallig een afrekening naast een tracklist legt.

Hoe het wél moet

De Auteurswet erkent de bewerking expliciet als zelfstandig beschermd werk, zonder dat het originele werk daardoor iets verliest:

"Verveelvoudigingen in gewijzigde vorm van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, zoals vertalingen, muziekschikkingen, verfilmingen en andere bewerkingen, zomede verzamelingen van verschillende werken, worden, onverminderd het auteursrecht op het oorspronkelijke werk, als zelfstandige werken beschermd." — Auteurswet, art. 10 lid 2

Die twee woorden — onverminderd het auteursrecht op het oorspronkelijke werk — zijn de hele regel. De Nederlandse tekst is een werk. Het Duitse origineel blijft een werk. Ze staan naast elkaar in dezelfde registratie.

Buma/Stemra hanteert daarvoor een aparte procedure. "Wanneer de tekst en/of de compositie van een werk wordt aangepast, spreken we van een 'bewerking'", en de organisatie noemt daarbij zelf carnavalsversies en klassieke versies van bestaande liedjes als voorbeeld, naast vertaalde werken. De voorwaarde is hard: "Bewerk je een bestaand werk? Dan heb je altijd toestemming nodig van de uitgever – of de originele rechthebbenden van het oorspronkelijke werk." Een bewerking kan niet via MijnBumaStemra worden aangemeld; er is een CTB-formulier voor, dat per post wordt ingediend samen met "een bewijs waaruit blijkt dat je autorisatie hebt verkregen van de originele rechthebbenden". Het bewerkersaandeel bedraagt volgens dezelfde pagina maximaal 16,67% (BumaStemra, Hoe kan ik arrangementen of bewerkingen aanmelden?).

De volgorde is dus: eerst toestemming, dan aanmelden, dan pas opnemen en distribueren. Wie dat omdraait, heeft een uitgebrachte opname waarvan het onderliggende werk niet correct te registreren valt.

Waarom de ISRC dit niet oplost

Het is verleidelijk om te denken dat de opnamelaag dit repareert, omdat je Nederlandse versie hoe dan ook zijn eigen ISRC krijgt. Dat doet zij ook — het is een andere opname met een andere tekst — maar de ISRC zegt niets over wie het lied geschreven heeft. Buma/Stemra vraagt bij werkregistratie niet eens om een ISRC en matcht op titel en uitvoerend artiest. De opnamelaag en de werklaag lopen als twee gescheiden pijplijnen, met eigen partijen, eigen deadlines en eigen geld. Een perfecte ISRC-administratie compenseert een verminkte werkregistratie op geen enkele manier.


Traditioneel repertoire: volksliederen, en de arrangeur als auteur

De Wet op de naburige rechten noemt in haar definitie van de uitvoerende kunstenaar naast het werk van letterkunde, wetenschap of kunst ook "een uiting van folklore" — een aanwijzing dat de wetgever het bestaan van repertoire zonder aanwijsbare auteur uitdrukkelijk heeft meegenomen.

Voor Nederlands en Vlaams volksliedrepertoire is traditioneel in het auteursveld dus soms gewoon eerlijk. Middeleeuwse en zestiende-eeuwse liederen, sinterklaasliedjes met een onbekende oorsprong, zeemansliederen: daar is niemand meer als auteur aan te wijzen, en dan is "traditioneel" de juiste opgave.

Maar traditioneel is óók de standaardvluchtroute geworden voor materiaal dat wel degelijk een gedocumenteerde componist heeft. Veel wat aanvoelt als volksgoed is negentiende- of twintigste-eeuws, met een naam erbij die in liedboeken en archieven gewoon terug te vinden is. Zulk werk als "traditioneel" aanmelden is geen administratieve slordigheid maar het wegschrijven van een rechthebbende. In de EU geldt volgens de beschermingstermijnrichtlijn dat "het auteursrecht op werken van letterkunde en kunst in de zin van artikel 2 van de Berner Conventie geldt gedurende het leven van de auteur en tot 70 jaar na zijn dood" (Richtlijn 2006/116/EG, art. 1 lid 1). Het sterfjaar van de auteur is dus de enige vraag die telt, en dat is een feitelijke vraag met een opzoekbaar antwoord — geen kwestie van hoe oud een lied klinkt.

De praktische regel: zoek de melodie op voordat je "traditioneel" invult. Een half uur in een liedboek of in een digitale liederenbank is goedkoper dan een claim van een uitgever twee jaar later.

De arrangeur is een auteur

Het tweede deel van het traditioneel-vraagstuk wordt nog vaker gemist. Als de melodie werkelijk publiek domein is, is het werk vrij — maar jouw arrangement is dat niet. Artikel 10 lid 2 Auteurswet noemt "muziekschikkingen" met zoveel woorden als zelfstandig beschermde werken. Wie een zeventiende-eeuws lied van een nieuwe harmonisatie, een nieuwe vorm en een eigen instrumentale bewerking voorziet, heeft een beschermd arrangement gemaakt en hoort in de werkregistratie te staan.

Dat betekent voor de administratie:

  • Melodie publiek domein, arrangement van jou: werk aanmelden met jezelf als arrangeur/bewerker, de bron als traditioneel vermeld.
  • Melodie publiek domein, arrangement letterlijk overgenomen uit een bestaande uitgave: die uitgave heeft mogelijk een levende arrangeur met eigen rechten. Controleer dat.
  • Melodie niet publiek domein: geen traditioneel-opgave, maar de bewerkingsprocedure hierboven.

En in alle drie de gevallen: elke aparte opname van dat arrangement krijgt zijn eigen ISRC, ook als het werk hetzelfde blijft.


Buma/Stemra, Sena en de Nederlandse ISRC-situatie

De praktische inrichting, zonder omhaal.

Buma/Stemra vertegenwoordigt auteurs en uitgevers. Buma incasseert voor de openbaarmaking van het werk, Stemra voor de mechanische vastlegging ervan. Je meldt werken aan via mijn.bumastemra.nl: "Vul dan per werk de titel en de rechthebbenden met de juiste percentageverdeling in", waarbij geldt dat "[p]as vanaf het moment dat je werken bij ons zijn geregistreerd, kunnen wij voor het muziekgebruik gaan incasseren" (BumaStemra). Bewerkingen lopen buiten dat portaal om, via het CTB-formulier.

Sena incasseert voor de opname. De grondslag: "Op basis van de Wet op naburige rechten heb je recht op een vergoeding wanneer jouw opname in het openbaar ten gehore is gebracht of is uitgezonden op radio en/of televisie" (Sena, veelgestelde vragen). De verdeling ligt in de wet vast: "De vergoeding komt toe aan zowel de uitvoerende kunstenaar als de producent of hun rechtverkrijgenden en wordt tussen hen gelijkelijk verdeeld" (WNR art. 7 lid 4). Sena vertaalt dat naar "[v]an elke track gaat 50% van de vergoeding naar de muzikanten en 50% naar de producent", en verdeelt de muzikantenhelft met punten: "Elke hoofdartiest krijgt 5 punten en elke sessiemuzikant krijgt 1 punt per instrument met een max van 3 punten."

De ISRC in Nederland. IFPI noemt bij landcode NL als bureau "SENA Netherlands". Sena beschrijft de ISRC als "een digitale vingerafdruk voor het repertoire van producenten" en "een uniek identificatienummer voor elke afzonderlijke opname", en stelt: "Als je producent (eigenaar van de mastertape, financieel en eindverantwoordelijk) bent, dan kun je bij Sena kosteloos een mastereigenaarcode t.b.v. de ISRC aanvragen." Die mastereigenaarcode is de prefix uit het schema hierboven: "De producent ontvangt eenmalig een mastereigenaarcode, die toegepast kan worden voor het oneindig aanmaken van ISRC's voor tracks waarvan jij de mastereigenaar bent zowel voor audio als audiovisueel" (Sena, veelgestelde vragen).

Buma/Stemra verwijst voor de aanvraag naar dezelfde plek: "Het aanvragen van een ISRC-code gaat via Sena" (BumaStemra, Wat is een ISRC-code?).

Het praktische gevolg is dat een Nederlandse producent geen distributeur nodig heeft om aan ISRC's te komen. Codes van je distributeur zijn geldig zolang die een door IFPI erkende ISRC-manager is, en ze blijven bij de opname als je weggaat — de prefix zelf blijft echter van de distributeur, zodat je volgende release een andere prefix draagt. Een catalogus met gemengde prefixen is geen probleem. Een catalogus met dubbel gebruikte aanduidingscodes wél. Wie voor de lange termijn een catalogus opbouwt, vraagt een eigen mastereigenaarcode aan.


De uitgavelaag: UPC en EAN

UPC-A is twaalf cijfers, EAN-13 dertien. Beide zijn GS1-artikelnummers (GTIN-12 en GTIN-13) met dezelfde opbouw: een GS1-bedrijfsprefix, een artikelnummer dat de merkeigenaar zelf toekent, en één controlecijfer helemaal rechts.

Nederlandse nummers beginnen met 87: GS1 wijst het bereik "870 - 879" toe aan GS1 Netherlands (GS1, GS1 Company Prefix). Merk op dat zo'n prefix inhoudelijk niets zegt over waar het product gemaakt of verkocht wordt — alleen bij welke GS1-organisatie het bedrijf lid is.

GS1 adviseert artikelnummers uniform op te slaan: "GS1 recommends that GTIN is always stored as a 14-digit number in the data bases. Shorter formats should be filled in with leading zeroes up to 14 characters" (GS1 EDI technical user guide). Doe dat ook in je eigen spreadsheet, en zet de kolom op tekstopmaak vóórdat je plakt — de klassieke ramp is een voorloopnul die Excel geruisloos opeet.

Het controlecijfer, met de hand uitgerekend

GS1 beschrijft de berekening in drie stappen: vermenigvuldig elke positie met zijn afwisselende factor, "add results together to create sum", en "subtract the sum from nearest equal or higher multiple of ten" (GS1, Check Digit Calculator).

De procedure, rechts verankerd:

  1. Neem de cijfers vóór het controlecijfer.
  2. Vermenigvuldig, beginnend bij het meest rechtse en naar links werkend, afwisselend met 3, 1, 3, 1, …
  3. Tel de producten op.
  4. Rond de som af naar het eerstvolgende veelvoud van tien; het verschil is het controlecijfer. Is de som al een veelvoud van tien, dan is het controlecijfer 0.

Uitgewerkt. Neem de EAN-13 met Nederlandse prefix 871640253891?. De twaalf cijfers vóór het controlecijfer zijn 871640253891. Van rechts naar links:

Positie (v.r.n.l.)CijferFactorProduct
11×33
29×19
38×324
43×13
55×315
62×12
70×30
84×14
96×318
101×11
117×321
128×18

Som: 3 + 9 + 24 + 3 + 15 + 2 + 0 + 4 + 18 + 1 + 21 + 8 = 108.

Eerstvolgende veelvoud van tien vanaf 108 is 110. 110 − 108 = 2.

De volledige EAN-13 is 8716402538912.

Controleren in plaats van berekenen gaat met dezelfde procedure, maar dan inclusief het controlecijfer met factor ×1; de totale som moet een veelvoud van tien zijn. Hier: 108 + 2 = 110. ✓

(8716402538912 is een structureel geldig voorbeeldnummer met een Nederlandse GS1-prefix, gebruikt om de rekenwijze te tonen. Het is niet het artikelnummer van een bestaande uitgave.)

Waarom een UPC-A met een nul ervoor een EAN-13 wordt, zonder dat het controlecijfer verandert

Dit wordt overal herhaald en nergens uitgelegd. De verklaring zit in de verankering: de factoren worden geteld vanaf rechts, niet vanaf links.

Het controlecijfer staat op de meest rechtse plek. Vanaf het cijfer daar direct links van lopen de factoren ×3, ×1, ×3, ×1, eindeloos naar links door. Omdat dat patroon gedefinieerd is ten opzichte van de positie van het controlecijfer, houdt elk cijfer van een GTIN-12 exact dezelfde factor wanneer het getal links wordt opgevuld tot 13 of 14 posities. Er verschuift niets.

Een nul erbij zetten voegt dus één term aan de som toe, en die term is 0 × 3 of 0 × 1 — in beide gevallen nul. De som verandert niet, dus het eerstvolgende veelvoud van tien verandert niet, dus het controlecijfer verandert niet.

Concreet, met een tweede voorbeeldnummer. UPC-A 634801275932: de elf cijfers ervóór zijn 63480127593, van rechts gewogen leveren ze 9 + 9 + 15 + 7 + 6 + 1 + 0 + 8 + 12 + 3 + 18 = 88, het eerstvolgende veelvoud van tien is 90, dus het controlecijfer is 2. Zet er een nul voor: 0634801275932. De twaalf cijfers vóór het controlecijfer zijn nu 063480127593; de elf oude cijfers houden hun factor, de nieuwe voorloopnul krijgt de twaalfde factor ×1 en draagt 0 bij. Som opnieuw 88, controlecijfer opnieuw 2.

634801275932 en 0634801275932 zijn hetzelfde artikelnummer. Weigert één systeem de ene vorm, dan is dat een opmaakregel — geen reden om een tweede UPC aan te vragen.

Een controlecijfer bewijst dat een nummer goed is overgetypt. Het bewijst niet dat het jóuw nummer is.

Het algoritme vangt elke enkele cijferfout, maar niet elke verwisseling: worden twee naast elkaar staande cijfers verwisseld die precies 5 verschillen (0/5, 1/6, 2/7, 3/8, 4/9), dan verandert de gewogen som met exact ±10 en blijft het controlecijfer kloppen. Die fout glipt er geruisloos doorheen. Vergelijk een UPC daarom altijd met de bron waaruit je hem hebt, niet alleen met een rekenmachientje.

De structuur van een ISRC en het controlecijfer van een UPC of EAN kun je nakijken met de gratis controletool in de browser op mazufa.com, die volledig op je eigen apparaat draait.


Veelgemaakte fouten in de Nederlandse praktijk

Dezelfde ISRC op twee verschillende opnamen. De ergste, omdat hij zichzelf niet corrigeert. Elk systeem stroomafwaarts beschouwt de twee opnamen voortaan als één. Ontstaat vrijwel altijd door kopiëren en plakken in een tracklijst.

Nieuwe ISRC bij een ongewijzigde heruitgave. Het carnavalsscenario. De opgebouwde identiteit van de opname blijft bij de oude code achter.

De Nederlandse tekstschrijver ontbreekt in de werkregistratie. De bewerker van een buitenlands origineel is auteur van een zelfstandig beschermd werk. Ontbreekt hij, dan gaat zijn deel naar de partijen die wél geregistreerd staan.

De buitenlandse componist ontbreekt in de werkregistratie. De spiegelbeeldige fout, met bovendien een toestemmingsprobleem: zonder autorisatie van de oorspronkelijke rechthebbenden is de bewerking niet correct aan te melden.

"Traditioneel" ingevuld bij repertoire met een gedocumenteerde componist. Zoek het sterfjaar op voordat je dit veld aanraakt.

Het arrangement niet aangemeld. Melodie publiek domein betekent niet dat jouw muziekschikking rechtenvrij is.

ISRC's die niet overeenkomen tussen het audiobestand en de metadata. De stilste en duurste fout. De ISRC die in het bestand is ingebed, de ISRC in de aanlevermetadata en de ISRC in je Sena-registratie moeten dezelfde twaalf tekens zijn. Als ze uiteenlopen lijkt alles goed te gaan — de release komt live, de streams lopen — en breekt de matching op een plek die je niet ziet.


Van stream naar uitbetaling

De keten, zodat je precies weet waar een kapotte identifier hem doorknipt.

  1. De play gebeurt. De dienst registreert het gebruik tegen de opname in haar catalogus, gekoppeld aan de ISRC die je hebt aangeleverd.
  2. De dienst rapporteert. De gebruiksrapportage bereikt de rechthebbende of distributeur, per regel op ISRC en per uitgave op UPC. De opnamekant wordt hier berekend als aandeel in een gedeelde pot, niet als vast bedrag per play: Spotify stelt dat het geen tarief per stream betaalt — de inkomsten worden gebundeld en verdeeld naar streamshare, zodat wat een play waard is meebeweegt met de pot.
  3. De distributeur rekent af. Rapportageregels worden op ISRC en UPC tegen jouw catalogus gematcht. Een gerapporteerde ISRC die niet in je catalogus staat, komt nooit op je afrekening.
  4. De werkkant loopt parallel. Buma/Stemra incasseert voor het werk en verdeelt naar de geregistreerde auteursaandelen. Andere pijplijn, andere partijen, andere termijn.
  5. De naburige rechten. Sena incasseert voor openbaarmaking en uitzending van de opname en verdeelt fiftyfifty tussen uitvoerenden en producent.
  6. Uitbetaling, met de fiscale behandeling aan de bron.

Elke stap is een join op een identifier, en een join faalt geruisloos. Breek de ISRC bij stap 1 of 2 en de opnamekant blijft onverdeeld. Breek de werkregistratie bij stap 4 en het geld van de auteur blijft liggen. Breek de UPC en je kunt je afrekening niet meer op release-niveau aansluiten.

Het werk zelf is saai en kost ongeveer een uur per release. Houd één gezaghebbend overzicht bij: titel, versie, ISRC, ISWC, auteursaandelen, UPC van de uitgave. Zet identifierkolommen op tekst. Ken ISRC's toe vóór de aanlevering, niet tijdens. Controleer elk controlecijfer. Controleer dat de ingebedde codes overeenkomen met het overzicht. Meld werken en opnamen aan bij Buma/Stemra en Sena met dezelfde gegevens. Dan heb je, als er een regel ontbreekt op een afrekening, iets om mee te argumenteren.


Snelle referentie

ISRCISWCUPC-A / EAN-13
IdentificeertOpnameWerk (compositie + tekst)Uitgave (product)
StandaardISO 3901 (IFPI)ISO 15707 (CISAC)GS1 GTIN-12 / GTIN-13
Lengte12 alfanumeriekT + 9 cijfers + controle12 / 13 cijfers
ControlecijferNeeJaJa
Nederlandse instantieSenaBuma/StemraGS1 Nederland (prefix 870–879)
Nieuwe bij een remix?JaNee, tenzij bewerkingsaandeelAlleen als apart product
Nieuwe bij een heruitgave?NeeNeeMeestal wel
Nieuwe bij een Nederlandse tekst op een buitenlands origineel?Ja (andere opname)Nee — dezelfde werkketen, aangevuld met de bewerkerJa

Distributie via Mazufa is gratis — geen uploadkosten, geen abonnement, geen bedrag per release — en de enige inhouding is 5% van de ontvangen royalty's; elke volledige aanvraag wordt door een mens beoordeeld.


Bronnen

De andere technische referenties

Geschreven voor de praktijk, rechtstreeks uit de primaire normen, en gratis te lezen.

Open het gratis hulpmiddel voor dit onderwerp →

Je release is gecheckt. Nu uitbrengen.

Als je bestanden klaar zijn, kost de aanvraag een paar minuten en wordt hij door een mens gelezen.

Indienen ter review

Aanmelden is gratis. Er wordt geen account aangemaakt; een mens beoordeelt het en antwoordt per e-mail.

De andere gratis tools

Gratis, geen account, niets wordt geüpload. Alles draait in je browser.

Controleer je cover voordat hij wordt afgekeurd
Artwork is veruit de meest voorkomende reden dat een release wordt teruggestuurd. Sleep je cover erin en controleer hem
Controleer je metadata tegen de regels van de stores
Featured artiesten in de titel, versie-informatie tussen haakjes, zoektermen in het artiestenveld — dat zijn de afkeurin
Controleer je ISRC en je barcode
Twee codes dragen je geld: de ISRC die de opname identificeert en de barcode die de release identificeert. Eén verkeerd
Reken terug vanaf je releasedatum
De meeste gemiste kansen bij een release zijn gemiste deadlines, geen gemist talent. Vul de datum in waarop je live wilt
Controleer je master voordat de stores hem aanpassen
Sleep je mix erin en zie de integrated loudness, true peak en loudness range, gemeten zoals de streamingdiensten het met