Wat een ISRC precies is
Een ISRC bestaat uit twaalf tekens die één opname permanent identificeren: twee letters voor het land van het uitgevende bureau, drie tekens voor de registrant aan wie de prefix is toegekend, twee cijfers voor het jaar waarin de code is toegewezen en vijf cijfers die de registrant zelf kiest. Hij wordt vaak met streepjes geschreven voor de leesbaarheid, maar die streepjes horen niet bij de code. Er is geen controlecijfer, dus een verkeerd ingetypte ISRC is structureel geldig en stilzwijgend fout — en juist daarom loont het om eerst de structuur en daarna je eigen administratie te controleren.
Eén opname, één code, voorgoed
De ISRC hoort bij de opname, niet bij de release, het territorium of de eigenaar. Wordt de opname gelicentieerd, verkocht of opnieuw uitgebracht, dan reist de ISRC ongewijzigd mee. Wat wél een nieuwe ISRC nodig heeft, is een werkelijk andere opname: een remix, een radio edit, een remaster, een liveversie, een instrumentale versie, een versnelde versie. Elk daarvan is een aparte opname met een eigen uitvoering en een eigen royaltystroom. Eén ISRC over meerdere versies hergebruiken gooit hun streams op één hoop en maakt de rapportage achteraf onontwarbaar.
Waar de barcode voor is
De barcode — een UPC-A van twaalf cijfers of een EAN-13 van dertien — identificeert de release als product. Een single, een ep en een album hebben elk een eigen barcode nodig, en een track die zowel op een single als op een album staat is één opname met één ISRC binnen twee producten met twee barcodes. Anders dan de ISRC heeft een barcode wél een controlecijfer, waardoor een typefout te detecteren is. Dat laatste cijfer wordt uit alle andere berekend.
Hoe het controlecijfer werkt
Neem elk cijfer behalve het laatste. Lees ze van rechts naar links en vermenigvuldig ze afwisselend met drie en één, te beginnen met drie op het meest rechtse cijfer. Tel de uitkomsten bij elkaar op. Het controlecijfer is wat je nodig hebt om het eerstvolgende tienvoud te bereiken — of nul als de som al een tienvoud is. Een UPC-A wordt de gelijkwaardige EAN-13 door er een nul voor te zetten, en het controlecijfer verandert daarbij niet. Deze tool voert die berekening uit, en klopt je controlecijfer niet, dan zegt hij wat het had moeten zijn.
Waar je je eigen codes vandaan haalt
De meeste distributeurs kennen beide gratis toe, wat handig is en voor de meeste artiesten prima werkt. Het alternatief is je rechtstreeks registreren bij je nationale ISRC-bureau voor een eigen registrantprefix; dat kost iets en betekent dat de codes van jou zijn, ongeacht wie je distribueert. Bouw je aan een catalogus die je wilt houden en misschien wilt verplaatsen, dan is een eigen prefix het papierwerk waard. Houd hoe dan ook je eigen lijst bij van welke code bij welke opname hoort. Die lijst is het enige dat een catalogus tien jaar later controleerbaar maakt.